Wilt u deze treinkaartjes hebben?

Z. is 19 en kan zijn geluk niet op. Na drie jaar strijd te hebben geleverd voor de hereniging met zijn moeder en broers, heeft hij ze eindelijk in zijn armen kunnen sluiten. Dat was drie weken geleden. Afgelopen zaterdag was hij opnieuw gelukkig. Nu kon hij zijn 18- jarige pleegbroer van Schiphol ophalen. Die woont al jaren bij zijn broers en moeder. De ouders van zijn pleegbroer zijn overleden.

Z. deelt zijn geluk. Hij straalt en is nog levenslustiger dan hij normaal al is. Hij maakt nog gemakkelijker dan anders een praatje met wie dat ook maar wil. En als anderen daar blij van worden, dan is Z. nog gelukkiger. Dan is de Nederlandse taal bijna geen hindernis meer.

Z. had 3 NS-dagkaarten die hij om 15.00 uur, terug van Schiphol, niet meer nodig had. Hij zag mensen druk bezig bij het kaartjesapparaat. Hij stevende enthousiast op hen af. “Wilt u deze treinkaartjes hebben?” Verbaasd keken de mensen op. Of was het verschrikt? Wat wilde die donkere jongen van ze? Zij kenden hem niet en wat wil hij nou?  Zij antwoordden niet.

Z. liep terug naar W. met wie hij en zijn pleegbroer reisden. W. is een ‘echte’ Nederlandse, daar kan weinig twijfel over bestaan. Z. vroeg: “De mensen zijn bang. Wil jij ze vragen of ze mijn kaartjes willen?”

Henk Pruiksma