Dinsdag 19 maart

Buurman H. las het vanochtend nog in een rapport:

Financiële zelfredzaamheid

1. Voldoende inkomsten verwerven om van te leven.
2. De geldzaken organiseren: iemand is in staat om betalingen veilig en adequaat uit te voeren,     de administratie op orde te brengen en te houden en inkomsten en uitgaven in kaart te             brengen en te monitoren.
3. Verantwoord besteden: iemand is in staat verantwoorde keuzes te maken ten aanzien van         zijn financiën, kan zich opstellen als een kritische consument en financiële tekorten                       signaleren en aanpakken.
4. Voorbereid zijn op (on)voorziene gebeurtenissen: iemand is in staat rekening te houden met
toekomstige wensen of gebeurtenissen, te anticiperen op ongeplande omstandigheden en
bewust financiële producten te kiezen.

L. is nu ruim een half jaar in Nederland. Zij runt, in haar eentje, een gezin met vier jongens en heeft vanmiddag de klanken van de eerste zes letters van het alfabet geoefend. Met een ijzeren volharding begint ze opnieuw en zegt weer “zzzzzz” tegen de ‘a’. Alleen de ‘f’ kost haar geen moeite. Die hoort bij ‘fiets’ en die staat haar binnenkort te wachten.

Myr. is ook zo lang in Nederland. Samen met het groepje dat zich buigt over het overzicht inkomsten en uitgaven” dat Buurvrouw W. heeft gemaakt. Buurman H. is van het aanschouwelijke onderwijs. Samen strekken we de armen en halen de handen naar ons toe. En dan wrijven we met de ring- en de wijsvinger over de duim. Dat symboliseert de inkomsten. Als we onze armen en handen weer uitstrekken, zijn we ons geld zo weer kwijt.

Meh. is hier al vier jaar. Zij is noest op zoek naar betaald werk en heeft in de praktijk geleerd met haar gezin met (nog) minder rond te komen, omdat de regelgeving bij haar steeds anders wordt uitgevoerd dan deze uitgevoerd zou moeten worden. Buurman H. biedt haar aan haar zaken eens langs te lopen. Meh. glimlacht en zucht.