Dinsdag 16 april

Fit. voelt zich thuis in zijn nieuwe woonplaats. Hij verkent zijn omgeving. “Van wie is dit gebouw?”, vraagt hij Buurvrouw W. in een taal die hem acht maanden geleden nog volledig onbekend was. “Dit gebouw is van de gemeente. Het is dus van ons allemaal.”

Fit. denkt diep na. “Ook van de Eritrese mensen?” “Ja hoor, van ons allemaal.” “Woont God hier dan?”, vraagt Fit. Zo had Buurvrouw W. het nog niet bekeken. Ze dacht van niet, maar ze wist wel dat hij in de kerk woont, tegenover de bibliotheek. “Dat kan niet, want God woont in de hemel.” Fit. wist genoeg.

Buurman H. hoorde het aan, oud genoeg om cabaretier Fons Jansen nog te kennen en zijn sketch van de leerling die zijn godsdienstleraar verschrikkelijk stom vond. “Is God overal, ook bij ons in de tuin?”, vroeg hij zijn leraar.  “Ook bij jullie in de tuin.” “Dat kan helemaal niet; we hebben geen tuin!”