Categorie archief: buurschool

Dinsdag 9 april

Er is een nieuwe participatiewet op komst. Werk aan de winkel voor de gemeente, die meer dan momenteel de regie krijgt over de integratie van onze buren. Ambtenaar Peter van Linden maakte namens de gemeente Heiloo een goede start door ons de belangrijkste vraag te stellen: wat hebben jullie nodig om in Nederland gelukkig te kunnen worden?

Nou is gelukkig zijn niet voor iedereen hetzelfde, maar over de hoofdweg daar naartoe waren we het snel eens: de taal leren en contacten hebben met Nederlanders. Zo vanzelfsprekend als dit antwoord is, zo moeilijk is de verwerkelijking. Om de koe meteen maar bij de horens te vatten: op de vraag van Buurman Henk of we contacten hebben met Nederlanders buiten school om bleef het  pijnlijk stil. Of we nu een half of drieënhalf jaar hier verblijven, veel verder dan een “goedemorgen” bij de supermarkt komen we niet. Nou ja, die keer dat onze buren op de koffie kwamen uitgezonderd dan. Dan blijkt dat ze twee kopjes, vers uit de automaat, verwachten. Maar onze gastvrijheid schrijft voor dat we de koffie ter plekke branden en de tijd gunnen om te trekken, vier keer, zodat er alle tijd is om te kletsen. Maar ja, dan komen we bij de tweede drempel. Er is genoeg te bepraten, maar waar halen we die Nederlandse woorden vandaan?

Onvoldoende uit de drie dagdelen die wij taalles krijgen. Kunnen we ook vijf dagen per week naar school? En kan de school ons helpen om op school met Nederlanders in gesprek te komen? Bijvoorbeeld over (gezond) eten of (waar en hoe) boodschappen doen? En kan de school met ons op stap gaan, bedrijven bezoeken of ervaringen uitwisselen met de wethouder? Kortom, kunnen we de taal gaan leren door, behalve theorielessen, in contact te komen met Nederlanders in verschillende situaties? Dan leren we meteen twee kopjes koffie en één koekje te genieten.

Meneer van Linden schreef onze wensen allemaal op en zei dat dit nog wel even zou duren. Dat begrepen we. We vinden het al een ervaring dat ons naar onze mening wordt gevraagd.

 

Donderdag 4 april

Mehr. is naar de dokter geweest. Gelukkig heeft zij haar zoon die zich in een jaar tijd in het Nederlands  knap verstaanbaar heeft leren maken. Maar toch, er zijn onderwerpen die je liever zonder je zoon met de dokter wilt bespreken. En dat is al moeilijk genoeg.

Toen Buurman H. vroeg, nadat de kleine a en de grote Z weer in klanken waren omgezet, wat er besproken moest woorden, was Mehr. duidelijk. Zij wees op haar lichaam.

De andere dames vonden het een prima idee; zij kenden het probleem ook. Van top tot een, dacht Buurman H. stoer en hij begon met het h-aa-r. “Huh -aaaaa- rrrrr. Haar. Tot en met de hals ging het van een leien dakje. Hij voelde enige spanning bij het woord “b-o-r-s-t”. Met de handen gaf hij aan dat daar verschillende lichaamsdelen onder verstaan kunnen worden. Buurman H. werd er wat geruster op toen moeder V. haar buurvrouw ging uitleggen dat een vrouw niet alleen een borst heeft maar ook borsten. En ze hield haar beide handen onder die van haarzelf. Het leek de gewoonste zaak van de wereld, ook met Buurman H. erbij.

Zoon H. van moeder V. kwam erbij zitten. Hij lachte heimelijk toen de middelvinger aan de beurt was. Buurman H. vatte de koe bij de horens en vroeg hem naar het waarom. Wel, H. wist prima uit te leggen dat je dit lichaamsdeel beter niet kunt opsteken als je problemen hebt met een ander. “En waarom dan niet?”, vroeg Buurman H. Zoon H. schrompelde ineen, dat durfde hij in aanwezigheid van de dames en dus ook zijn moeder niet te zeggen.

Verder, ging Buurman H.. De spanning nam toe. Buurvrouw E. nam afscheid, het werd tijd om op te stappen. “l-ies-s” schreef Buurman H. op en wees aan waar die te vinden was nadat J. op haar mond had gewezen. Vervolgens kwamen het vrouwelijke en het mannelijke geslachtsdeel aan bod.

Zoon H. kreeg last van een benauwdheid die in Nederland Spaans heet. Hoe zou zijn moeder reageren? Die schreef de letters nauwkeurig over zonder een spier te vertrekken. Zoon H. stak opgelucht lachend zijn hand op naar Buurman H. , want alleen de middelvinger zou misverstanden wekken.

 

Donderdag 28 maart

Deze keer geen Buurschool. We hebben het te druk met schilderen en behangen van het nieuwe huis van Ka. en haar moeder.

Wat er niet allemaal in een paar weken tijd moet gebeuren! Gelukkig zijn er dan ook buren die de handen uit de mouwen steken. En onder die buren zijn buren die nog maar net zelfstandig wonen en nu ook gaten in de muur vullen, plafonds kunnen witten en lampen ophangen.

Een enkeling waagt zich met hulp van Buurvrouw W. aan het behang. Dit keer zelfs behang met een structuur erin. Elke behanger weet dat dit precisiewerk is. Nou wil het dat I. als maker van orthopedische schoenen heel precies heeft leren werken. Na twee muren nam hij de leiding van Buurvrouw W. over. Dat was dan voor Buurvrouw W. weer even wennen.

Ondertussen vullen we met elkaar formulieren in en gaan we op spreekuur bij de gemeente. Buurman J. leent zijn behangtafel uit en brengt dozen met spullen die hij weer ergens op de kop heeft getikt. Dat scheelt weer veel geld en moeite.

En onder het werk praten we heel wat af. In het Nederlands natuurlijk. Hoe er in Syrië wordt geschilderd en wat er in Afghanistan tussen de middag wordt gegeten. Zo hebben we toch nog Buurschool….

Dinsdag 19 maart

Buurman H. las het vanochtend nog in een rapport:

Financiële zelfredzaamheid

1. Voldoende inkomsten verwerven om van te leven.
2. De geldzaken organiseren: iemand is in staat om betalingen veilig en adequaat uit te voeren,     de administratie op orde te brengen en te houden en inkomsten en uitgaven in kaart te             brengen en te monitoren.
3. Verantwoord besteden: iemand is in staat verantwoorde keuzes te maken ten aanzien van         zijn financiën, kan zich opstellen als een kritische consument en financiële tekorten                       signaleren en aanpakken.
4. Voorbereid zijn op (on)voorziene gebeurtenissen: iemand is in staat rekening te houden met
toekomstige wensen of gebeurtenissen, te anticiperen op ongeplande omstandigheden en
bewust financiële producten te kiezen.

L. is nu ruim een half jaar in Nederland. Zij runt, in haar eentje, een gezin met vier jongens en heeft vanmiddag de klanken van de eerste zes letters van het alfabet geoefend. Met een ijzeren volharding begint ze opnieuw en zegt weer “zzzzzz” tegen de ‘a’. Alleen de ‘f’ kost haar geen moeite. Die hoort bij ‘fiets’ en die staat haar binnenkort te wachten.

Myr. is ook zo lang in Nederland. Samen met het groepje dat zich buigt over het overzicht inkomsten en uitgaven” dat Buurvrouw W. heeft gemaakt. Buurman H. is van het aanschouwelijke onderwijs. Samen strekken we de armen en halen de handen naar ons toe. En dan wrijven we met de ring- en de wijsvinger over de duim. Dat symboliseert de inkomsten. Als we onze armen en handen weer uitstrekken, zijn we ons geld zo weer kwijt.

Meh. is hier al vier jaar. Zij is noest op zoek naar betaald werk en heeft in de praktijk geleerd met haar gezin met (nog) minder rond te komen, omdat de regelgeving bij haar steeds anders wordt uitgevoerd dan deze uitgevoerd zou moeten worden. Buurman H. biedt haar aan haar zaken eens langs te lopen. Meh. glimlacht en zucht.

Donderdag 14 maart

Meh. is haar telefoon en haar kies kwijtgeraakt. De eerste op het perron en de tweede bij de tandarts. Een nieuw formulier kwam in haar leven. Dat waarmee je verloren voorwerpen kunt aanmelden in de hoop dat ze gevonden worden. Buurvrouw W. zat haar terzijde en maakte van de nood een deugd door er een taaloefening van te maken. Meh. kon het prima volgen tot het moment waarop ze volgens Buurvrouw W. ook haar kiestoon kwijt was. Dat bleek een grapje waarvoor je je niet alleen de Nederlandse taal maar ook de Nederlandse humor eigen moet maken.

Buurman J. heeft herhaaldelijk leuke dingen in de aanbieding. Dit keer boekjes waarmee je technisch leert lezen. In boekje 1 leer je is, mis en vis achter elkaar te zeggen en in boekje 4 gaat het van schuur en schuurt. Gan. zag ze op tafel liggen en ging onmiddellijk aan de slag. Dinsdag kreeg ze nog de opdracht om uit 40 werkwoorden die te kiezen die met ‘koken en eten’ of ‘contact maken’ van doen hadden. Natuurlijk horen daar respectievelijk ‘proeven’ en ‘reizen’ bij. Buurman H. schoof haar dan ook boekje 3 toe. Maar daar nam Gan. geen genoegen mee. Boekje 1 sloeg zij open op bladzijde 1 en op bladzijde 3 sprak zij v-aa-s in op haar mobiel. Zij kreeg de vertaling in haar moedertaal en knikte tevreden. Weer een woord geleerd. Voor de taal moet je de tijd nemen.

 

 

 

Dinsdag 12 maart

We weten inmiddels dat je linksaf, rechtsaf en rechtdoor kan. Maar dat dat ook in de politiek kan is nieuw voor ons.

Mevrouw Anouk Gielen kwam ons over Groen Links in de Provinciale Staten informeren. Over meer woningen voor mensen met een laag inkomen. Over beter openbaar vervoer. Over duurzame energie en vooral ook over meer (schone) natuur. Groen staat voor natuur en Links voor samen en dat zijn twee dingen die in onze cultuur bepalend zijn.

De volgende dag zagen we meneer Klaver op televisie. Aan zijn naam konden wij zien dat hij ook van Groen Links is. Hij zei dat de VVD en het kabinet wat betreft het klimaat precies willen wat Groen Links ook wil. Hij was blij en dat maakt ons ook blij, maar we zijn in de politiek nu even de weg kwijt.

Donderdag 7 maart

Le. woont sedert een goed half jaar met haar zonen in Nederland. Zij is van een zand- in een wervelstorm terechtgekomen. Een storm van nieuwe gewoonten, onbegrijpelijke formulieren, onnatuurlijke klanken en vervreemdende haast.

In haar land van herkomst las zij de tijd af aan de lengte en de richting van haar schaduw en de seizoenen herkende zij aan de groei van haar planten. Kreeg ze bezoek, dan serveerde zij haar gast pannenkoeken met sauzen, groenten en vlees op elk moment van de dag. En daarna brandde zij de koffie, offreerde  zij de geuren en schonk ze minstens drie kopjes, want minder getuigt niet van respect. Tot slot, was in het dorp iemands tijd gekomen, dan rouwde zij met de familie gedurende veertig dagen. Dan merkte ze de tijd op, want die stond stil.

Haar besef van tijd liet zij achter voor de vrijheid van haar kinderen. Zij is diep dankbaar voor de keuzes die zij hier hebben en zet alle zeilen bij om ze te begrijpen. Zo haast ze zich elke dins- en donderdag naar Buurschool om de zinnen die haar buren hebben bedacht van het bord over te schrijven met letters die zij nooit eerder zag. De eerste zinnen althans, want Buurman H. veegt het bord al weer schoon. En ’s avonds, als het over onderwerpen gaat die blijkbaar belangrijk zijn voor nieuwkomers, kijkt ze naar de monden die Nederlandse woorden uitspreken. En dan, dan vallen haar ogen langzaam, langzaam dicht.

 

Dinsdag 5 maart

Geachte Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heiloo

Wij hebben vandaag op de Buurschool gesproken over de verkiezingen voor Provinciale Staten op 20 maart. Als wij de Nederlandse nationaliteit hebben mogen wij ook stemmen.

Wij zijn voor de vrijheid naar Nederland gekomen. Het recht om te stemmen is daarom voor ons heel belangrijk. Stemmen betekent ook kiezen. Om te kunnen kiezen moet je het democratische systeem van Nederland kennen. Je moet weten wat de programma’s van de partijen inhouden en je moet erover kunnen praten met anderen.

Wij moeten daarvoor kunnen luisteren, schrijven en spreken in het Nederlands.  Wij gaan drie keer per week tweeënhalf uur naar school om de Nederlandse taal te leren. Ondanks dat wij ons huiswerk maken, naar de Nederlandse televisie kijken en boeken en tijdschriften lezen en naar Buurschool gaan lukt het ons niet om de politiek te begrijpen.

Democratie betekent niet alleen kiezen, maar ook je eigen mening en idealen verwoorden. Ook dat is voor ons een probleem. Wij zijn dus binnenkort voor de wet burgers met gelijke rechten, maar in de praktijk kunnen we daar onvoldoende gebruik van maken.

Wij vragen u daarom of het mogelijk is dat wij vijf dagen in de week naar school gaan. Ook willen wij daar graag met Nederlandse mensen in contact komen. Dan kunnen we met ze praten over thema’s die wij op school hebben behandeld. Bijvoorbeeld over de verkiezingen, maar ook over werk en gewoonten. Wat voor ons ook een probleem is, is dat onze achtergronden heel verschillend zijn. Sommigen zijn in hun land van herkomst nooit naar school geweest, anderen wel. Wij krijgen op 1 niveau les. Dat is moeilijk voor ons en de docent. Wij vragen u dan ook of het mogelijk les te krijgen op het niveau dat bij ons past.

Door deze brief te schrijven maken wij gebruik van onze vrijheid en rechten. Wij hopen dat in de toekomst met meer scholing beter te kunnen doen.

Met vriendelijke groet,

De buren van de Buurschool.

Donderdag 28 februari

pannenkoeken vind lekker ik

Maak daar nou eens een mooie zin van. M., J. en L. smullen ervan, van de pannenkoeken en van het maken van mooie zinnen. De snelheid waarmee zij genieten verschilt wel. J. is al jaren hier, M. en L. nog maar een goed half jaar. Maar dat mag de pret niet drukken.

“Ik (hoofdletter!) vind pannenkoeken lekker. (punt!) Vind ik pannenkoeken lekker? (vraagteken!) Pannenkoeken vind ik lekker! (uitroepteken!) ”

Bij J. ontwikkelt zich al een gevoel voor de Nederlandse taal. Daarom wijst zij “Pannenkoeken lekker vind ik” af. Buurman H. probeerde nog “Pannenkoeken? Lekker! Vind ik.”, maar hoongelach werd zijn deel.

Buurvrouw A. komt eens kijken in Buurschool. Zij gaat zitten en luistert geamuseerd naar de smulpartij van de drie buurvrouwen. Sab. komt ook.  Zij schudt iedere buur netjes de hand. Waarop Buurvrouw A. ook haar rondje doet.

hier binnen Sabina komt

“Sabina komt hier binnen. Hier komt Sabina binnen. Komt Sabina hier binnen?” De dames stralen grote tevredenheid uit. Buurman H. breekt zich het hoofd over klemtonen en wat hij moet zeggen als de variant: “Binnen komt Sabina hier” geopperd zou worden. Buurvrouw A. redt hem. “Leuk, jullie spelen in op de actualiteit.” “Klopt! En dat geldt ook voor de pannenkoeken, want die eten ze elke dag.” “Oh ja?!”

En zo ontstaan de gesprekken die er echt toe doen.

 

Dinsdag 26 februari

Broer Saf. kwam vandaag vertellen dat zus Sak. niet kwam. En dat is bijzonder, want zij is de leergierigheid zelve. Maandagochtend ging zij voor het eerst in haar achtjarige leven naar school. Bij de Juf Kiet van Egmond aan de Hoef. Geen spoor van vermoeidheid na een dag rekenen, schrijven, zingen, tekenen, samen eten en buitenspelen. Wel grote voldaanheid. ’s Middags kreeg ze schaatsles van Buurman T. Weer iets nieuws: ijs waarop je kan staan en vooral ook vallen. Ze trok haar schaatsen aan alsof ze in Afghanistan niets anders had gedaan en trok met behulp van haar rekje, en natuurlijk Buurman T.,  zeven rondjes. Toen ging de baan helaas dicht. Onvermoeibaar, en ze vond het leuk!

Vandaag kwam ze dus niet naar Buurschool. Eerst zei Saf. dat het vandaag Moederdag is voor de nieuwkomers uit Afghanistan. Tja, laat je moeder maar eens achter voor Buurschool…. Maar ja, dat deed Saf. toch ook? Toen kwam de aap uit de mouw: Sak. had spierpijn over haar hele lichaam. Met de schoolbus kon ze nog wel reizen, maar de fiets naar Buurschool was haar echt te veel.

Was ze wel gekomen, ze zou vandaag de tweeëntwintigste buur zijn geweest. Wat was het druk! Dat had zeker te maken met gast Buurvrouw Christine van Splunteren. Zij werkt als wijkconsulent bij Kennemer Wonen. En laten nu bijna alle buren in een huis van KW wonen! Of gaan wonen, want nog lang niet elke buur woont zelfstandig. Wat moet je doen als je 18 wordt en niet meer in een groepshuis van de jeugdzorg mag wonen? Hoe kun je weten of er huizen beschikbaar zijn? Hoe schrijf je in? Voor welke huizen kom je wel/niet in aanmerking? Hoe hoog is een huur eigenlijk en hoe hoog mag een huur het volgende jaar stijgen? Wat is huurtoeslag, CO2-neutraal en duurzaam? Wat zijn de voors en tegens van het overnemen van spullen van de vorige huurder? Wat betekent het om rekening te houden met je buren en wat moet je doen als zij dat niet met jou doen? Als ze ’s avonds na 22.00 uur je wakker houden met hun favoriete muziek? Merh. vond dat dat in het weekend moest kunnen, dan ben je toch vrij? De andere buren zeiden daarop dat hij wel anders zou piepen als hij onregelmatige diensten zou draaien op Schiphol.