Categorie archief: blog

Dinsdag 23 april

Donderdag namen we afscheid van elkaar met de aankondiging dat we donderdag 25 april voor het laatst bijeen zouden komen. Mehr. trok haar wenkbrauwen iets samen. Een bijzonderheid, Zij leek het maar niets te vinden.

“Oh, maar dan kunnen wij niet!”, zei Meha. Wij begrepen dat het druk zou zijn met de voorbereidingen op het Eritrese Pasen, een week later dan de Nederlandse versie. Een van de belangrijkste feesten die vooraf wordt gegaan door een periode van maar liefst veertig dagen waarin geen dierlijke producten gegeten mogen worden. Niet eenvoudig in een wereld waarin veel voedsel is voorbewerkt.  Wel een goede manier om te leren wat er in zit.

“Dan is dinsdag dus de laatste Buurschool!”, zei Buurvrouw W. verrast. En dat is vandaag. Buurvrouw W. en Buurman H. zitten als altijd om 16.00 uur klaar, met wat extra fruit, want daar zit geen dierlijk ingrediënt in. Dit keer ook aardbeien en wat pruimen. Een feestelijk tintje ten afscheid.

Tegen half vijf kwam Buurvrouw E. Alsof er geen week zat tussen nu en  haar mopperpartij op de Nederlandse taal en dat vermaledijde lesboek van Meh.. Zij pleitte voor een buddysysteem. “Daar hebben ze veel meer aan!” Buurman H. ging een eind met haar mee. Hij is een groot voorstander van het faciliteren van contacten van nieuwkomers met Nederlanders van origine. En dan in het kader van een vijfdaagse schoolweek. Kortom, breng de theorie in praktijk. Daar waar Buurschool voor bedoeld was en ook een tijd lang voor was, tot de jongeren hun plaats vrijwillig afstonden aan de ouderen en de jongsten die hier kwamen in het kader van gezinshereniging. Buurschool werd een reguliere school en heeft zo geen toegevoegde waarde meer. Althans, toegevoegd genoeg naar de normen van Buurman H. Zo is het dan ook wel weer.

Weer een kwartier later kwam Hab. het boek terugbrengen dat hij had geleend. Hij moest meteen weer weg. “Komt je moeder nog?”, vroeg Buurman H. “Nee, die is thuis. Ze laat haar haar vlechten.” “Oh, dan zullen de anderen ook wel niet komen”, dacht Buurman H. Hab. dacht ook van niet.

Buurvrouw E. kreeg het gevoel dat Buurschool als een nachtkaars uitging. Buurman H. vond het prima zo. Onze buren hebben nu andere behoeften. Bovendien is hij een groot liefhebber van fruit.

 

Dinsdag 16 april

Fit. voelt zich thuis in zijn nieuwe woonplaats. Hij verkent zijn omgeving. “Van wie is dit gebouw?”, vraagt hij Buurvrouw W. in een taal die hem acht maanden geleden nog volledig onbekend was. “Dit gebouw is van de gemeente. Het is dus van ons allemaal.”

Fit. denkt diep na. “Ook van de Eritrese mensen?” “Ja hoor, van ons allemaal.” “Woont God hier dan?”, vraagt Fit. Zo had Buurvrouw W. het nog niet bekeken. Ze dacht van niet, maar ze wist wel dat hij in de kerk woont, tegenover de bibliotheek. “Dat kan niet, want God woont in de hemel.” Fit. wist genoeg.

Buurman H. hoorde het aan, oud genoeg om cabaretier Fons Jansen nog te kennen en zijn sketch van de leerling die zijn godsdienstleraar verschrikkelijk stom vond. “Is God overal, ook bij ons in de tuin?”, vroeg hij zijn leraar.  “Ook bij jullie in de tuin.” “Dat kan helemaal niet; we hebben geen tuin!”

Donderdag 11 april

“Dat Nederlands is om te huilen!” Buurvrouw E. probeert met Meh. de leerstof van de vorige keer op te halen. Uit haar leerboek. Toen ging het over verzekeren. Die sluit je af als je ermee begint….

Buurvrouw E. huilt niet alleen, ze is ook nog verontwaardigd. “Hebben ze het in dat boek over ‘perfectum’!” Alsof ze vroeger Latijn hebben gehad. En in dat boek zetten ze achterin keurige rijtjes met vervoegingen. Maar mooi dat daar geen ‘infinitivus’ of ‘perfectum’ boven staat!”

En weer legt Buurvrouw E. uit waarom je wat hoe verzekert. “Waarom verzeker je jezelf?”, vraagt ze aan Meh. “Spullen stuk maken”, antwoordt Meh. Waarop Buurvrouw E. vraagt wie de spullen van wie stukmaakt. Meh. valt stil. Wat bedoelt Buurvrouw E. nu? Die slaakt inmiddels een nieuwe kreet: “Ze schrijven er niet eens bij dat je ook premie moet betalen!” “Ja”, zegt Meh. En zo is het.

 

Dinsdag 2 april

Moeder J. komt binnen, het mobiel in en haar zoontje aan haar hand. Ze heeft een afspraak met Buurman J., zegt ze, en maakt haar telefoongesprek voort. Haar zoontje laat zijn verlegenheid bij de deur liggen. Op zijn loopfietsje ijlt hij naar de schat aan boekjes, kleurpotloden en spelletjes en plaatjes. Hij wil ze allemaal zien en omkeren.

Moeder ziet haar manneke rondwaren en ruimt, licht gegeneerd, de potloden op. Ze doet de kaartjes weer in de doosjes en de dobbelstenen in de beker.

Buurman J. probeert haar onderwijl uit te leggen, dat de Belastingdienst geen boodschap heeft aan haar bezwaren. Ze moet terugbetalen, ook al heeft ze geen enkele schuld aan het ontstaan van het probleem. Dat begrijpt ze, maar niet waarom en ook niet waarvan. In zichzelf verzonken staart ze naar haar manneke dat zich prima vermaakt. Buurman J. gaat weer in gesprek met de mevrouw van de Belastingdienst die ook wel anders zou willen maar niet anders kan.

Buurman J. vervolgt het gesprek in een andere ruimte. Moeder volgt hem en het manneke pendelt van het ene naar het andere lokaal. “Ik let wel op de baby!”, zegt S. en trots rent hij achter hem aan. Niet veel later kijkt hij verschrikt rond. Waar is de baby? En weg is hij weer. Het manneke komt vanonder een tafel op zijn loopfietsje te voorschijn.

Na enige tijd keert Buurman J. terug met een verslagen blik in de ogen. Alleen.

Zou het manneke nog eens aan onze Buurschool terugdenken?

Dinsdag 26 maart

Het is alsof er afspraken zijn gemaakt en waarschijnlijk is dat ook zo. Buurschool werd tot voor een paar weken geleden vooral bezocht door de jonge mannen en vrouwen die zelfstandig gingen wonen in Heiloo en zij namen hun vrienden en vriendinnen mee.

In de afgelopen maanden is er heel veel in hun leven gebeurd. Behalve met hun zelfstandigheid waren ze erg druk met de hereniging van hun gezinnen. Dat geeft vreugde maar ook verdriet. Vader moet meestal achterblijven en soms is ook een zuster of broer zoekgeraakt.

Onze jonge buren maken zich over hun jongere broertjes en zusjes niet veel zorgen. Die zullen snel genoeg hun weg vinden in de Nederlandse taal en cultuur. Zorgen maken ze zich wel over hun moeders. Die zullen nog meer moeite hebben dan zij om wegwijs te worden in hun nieuwe vaderland. Buurschool kan ze daar goed bij helpen, vinden ze.

Daar kwamen de moeders met hun jongere kinderen! Het alfabet werd weer van voren af aan opgezegd en de kleintjes kleurden driftig hun boeken vol en leerden met kwartetten hun eerste woordjes. Het werd een gezellige drukte van belang. Maar de jonge buren bleven weg. Alle aandacht moet nu naar de nieuwste nieuwkomers. Zoals zo vaak komt de ander vóór henzelf.

Terwijl Buurschool er juist is voor hen, voor de gesprekken en contacten die in de reguliere school ontbreken. Buurschool bruist ook nu alle kanten op en onze nieuwe buren komen graag. Maar wij leren nu dingen die ook ‘op school’ geleerd kunnen worden: rekenen en taal.

Hierover gaan we op 9 april met elkaar en de heer van Linden van de gemeente in gesprek. Wat hebben we nodig om te integreren en wat is de rol van Buurschool? We hebben onze jonge buren voor deze keer nadrukkelijk uitgenodigd.

 

 

Bakkie koffie

Op de banenmarkt in Alkmaar sprak ik bij de automaat een, ik denk, Syrische meneer over de koffie die ons werd bereid. Ik deed hem het idee aan de hand van opgeschuimde sojamelk en hij vertelde mij met een zalige blik in de ogen over de cappuccino’s die hij in Turkije had genoten.

Even later genoot ik mijn koffie aan een tafel waaraan een Nederlandse meneer een Nederlandse mevrouw die niets anders kon dan toehoren, uitlegde, dat er zoveel effectiever geregeld kon worden als men eerst maar eens nadacht.

Mij werd het weer eens duidelijk dat het niet de inhoud is die ons mensen bindt, maar de beleving van iets gemeenschappelijks.

Henk Pruiksma

Appelflap

opgedragen aan de schilder Erik Prins

Paulien Cornelisse schrijft vandaag in de Volkskrant dat zij van de “flap=beignetschool” is. Duidelijker: zij pleit ervoor de naam ‘beignet’, ook als deze rond is, af te schaffen. Een flap behoort ‘flap’ te heten. ‘Beignet’ vooronderstelt pretenties en rarigheden als komijn in de flap, terwijl de flap dat gewoon nooit zou doen.

Ik stel me voor, dat, wanneer men zich over 100 jaar afvraagt hoe wij in hemelsnaam zo ver konden gaan in onze veronachtzaming van de aarde en elkaar en wanneer men deze tekst van Paulien leest, men, na een moment van verbijstering, in haar tekst het antwoord vindt  op de vraag van daarnet.

Henk Pruiksma

 

Wilt u deze treinkaartjes hebben?

Z. is 19 en kan zijn geluk niet op. Na drie jaar strijd te hebben geleverd voor de hereniging met zijn moeder en broers, heeft hij ze eindelijk in zijn armen kunnen sluiten. Dat was drie weken geleden. Afgelopen zaterdag was hij opnieuw gelukkig. Nu kon hij zijn 18- jarige pleegbroer van Schiphol ophalen. Die woont al jaren bij zijn broers en moeder. De ouders van zijn pleegbroer zijn overleden.

Z. deelt zijn geluk. Hij straalt en is nog levenslustiger dan hij normaal al is. Hij maakt nog gemakkelijker dan anders een praatje met wie dat ook maar wil. En als anderen daar blij van worden, dan is Z. nog gelukkiger. Dan is de Nederlandse taal bijna geen hindernis meer.

Z. had 3 NS-dagkaarten die hij om 15.00 uur, terug van Schiphol, niet meer nodig had. Hij zag mensen druk bezig bij het kaartjesapparaat. Hij stevende enthousiast op hen af. “Wilt u deze treinkaartjes hebben?” Verbaasd keken de mensen op. Of was het verschrikt? Wat wilde die donkere jongen van ze? Zij kenden hem niet en wat wil hij nou?  Zij antwoordden niet.

Z. liep terug naar W. met wie hij en zijn pleegbroer reisden. W. is een ‘echte’ Nederlandse, daar kan weinig twijfel over bestaan. Z. vroeg: “De mensen zijn bang. Wil jij ze vragen of ze mijn kaartjes willen?”

Henk Pruiksma

De workahollic

Viktor, van het modeduo Viktor en Rolf, zegt in Magazine van de Volkskrant van zaterdag 2 juni 2018: “Het fijne aan wat wij aan het doen zijn is dat er een wereld is, parallel aan de realiteit, waar we zo in kunnen stappen.”(p.20)

De parallelle wereld waar je in kunt als je de realiteit uit wilt. In die wereld is er de hobby, de passie en de verslaving, in een opklimmende graad van verwijdering. De betrokkene doet zijn stap min of meer bewust. De workaholic is daarop de uitzondering; die denkt dat hij 18 uur van de dag in de werkelijkheid verkeert.

Henk Pruiksma

Schaamteloos leven

Een leven zonder schaamte, een onverhuld leven, was volgens de Oude Grieken een kenmerk van het ware leven. De cynici leidden toen het leven van een hond, een schaamteloos leven. Aldus bekritiseerden zij het leven van hun ingedutte medeburgers meedogenloos. Zonder schaamte is gelijk aan schaamteloos en toch zo anders.

Wanneer wij een leven ‘schaamteloos’ achten, kan het waardevol zijn dit oordeel door een ‘leven zonder schaamte’ te vervangen. Misschien kunnen wij zo in onszelf ruimte scheppen om van dit leven en degene die het leidt te leren. Misschien zelfs van de treitervlogger?

Zo moeilijk is dat niet. Even de primaire afkeer parkeren. We zouden in elk geval wat van hun moed kunnen leren. Ook de treitervlogger kun je in zekere zin moedig noemen. Hij heeft de moed zijn waarheid schaamteloos te verkondigen. Waaruit wij de moed kunnen halen ernaar te luisteren. Wie weet heeft hij ons iets te vertellen waarmee we iets kunnen. Als we dat zouden willen en daar hoeven wij ons niet voor te schamen.

Henk Pruiksma