Maandelijks archief: februari 2019

Donderdag 28 februari

pannenkoeken vind lekker ik

Maak daar nou eens een mooie zin van. M., J. en L. smullen ervan, van de pannenkoeken en van het maken van mooie zinnen. De snelheid waarmee zij genieten verschilt wel. J. is al jaren hier, M. en L. nog maar een goed half jaar. Maar dat mag de pret niet drukken.

“Ik (hoofdletter!) vind pannenkoeken lekker. (punt!) Vind ik pannenkoeken lekker? (vraagteken!) Pannenkoeken vind ik lekker! (uitroepteken!) ”

Bij J. ontwikkelt zich al een gevoel voor de Nederlandse taal. Daarom wijst zij “Pannenkoeken lekker vind ik” af. Buurman H. probeerde nog “Pannenkoeken? Lekker! Vind ik.”, maar hoongelach werd zijn deel.

Buurvrouw A. komt eens kijken in Buurschool. Zij gaat zitten en luistert geamuseerd naar de smulpartij van de drie buurvrouwen. Sab. komt ook.  Zij schudt iedere buur netjes de hand. Waarop Buurvrouw A. ook haar rondje doet.

hier binnen Sabina komt

“Sabina komt hier binnen. Hier komt Sabina binnen. Komt Sabina hier binnen?” De dames stralen grote tevredenheid uit. Buurman H. breekt zich het hoofd over klemtonen en wat hij moet zeggen als de variant: “Binnen komt Sabina hier” geopperd zou worden. Buurvrouw A. redt hem. “Leuk, jullie spelen in op de actualiteit.” “Klopt! En dat geldt ook voor de pannenkoeken, want die eten ze elke dag.” “Oh ja?!”

En zo ontstaan de gesprekken die er echt toe doen.

 

Dinsdag 26 februari

Broer Saf. kwam vandaag vertellen dat zus Sak. niet kwam. En dat is bijzonder, want zij is de leergierigheid zelve. Maandagochtend ging zij voor het eerst in haar achtjarige leven naar school. Bij de Juf Kiet van Egmond aan de Hoef. Geen spoor van vermoeidheid na een dag rekenen, schrijven, zingen, tekenen, samen eten en buitenspelen. Wel grote voldaanheid. ’s Middags kreeg ze schaatsles van Buurman T. Weer iets nieuws: ijs waarop je kan staan en vooral ook vallen. Ze trok haar schaatsen aan alsof ze in Afghanistan niets anders had gedaan en trok met behulp van haar rekje, en natuurlijk Buurman T.,  zeven rondjes. Toen ging de baan helaas dicht. Onvermoeibaar, en ze vond het leuk!

Vandaag kwam ze dus niet naar Buurschool. Eerst zei Saf. dat het vandaag Moederdag is voor de nieuwkomers uit Afghanistan. Tja, laat je moeder maar eens achter voor Buurschool…. Maar ja, dat deed Saf. toch ook? Toen kwam de aap uit de mouw: Sak. had spierpijn over haar hele lichaam. Met de schoolbus kon ze nog wel reizen, maar de fiets naar Buurschool was haar echt te veel.

Was ze wel gekomen, ze zou vandaag de tweeëntwintigste buur zijn geweest. Wat was het druk! Dat had zeker te maken met gast Buurvrouw Christine van Splunteren. Zij werkt als wijkconsulent bij Kennemer Wonen. En laten nu bijna alle buren in een huis van KW wonen! Of gaan wonen, want nog lang niet elke buur woont zelfstandig. Wat moet je doen als je 18 wordt en niet meer in een groepshuis van de jeugdzorg mag wonen? Hoe kun je weten of er huizen beschikbaar zijn? Hoe schrijf je in? Voor welke huizen kom je wel/niet in aanmerking? Hoe hoog is een huur eigenlijk en hoe hoog mag een huur het volgende jaar stijgen? Wat is huurtoeslag, CO2-neutraal en duurzaam? Wat zijn de voors en tegens van het overnemen van spullen van de vorige huurder? Wat betekent het om rekening te houden met je buren en wat moet je doen als zij dat niet met jou doen? Als ze ’s avonds na 22.00 uur je wakker houden met hun favoriete muziek? Merh. vond dat dat in het weekend moest kunnen, dan ben je toch vrij? De andere buren zeiden daarop dat hij wel anders zou piepen als hij onregelmatige diensten zou draaien op Schiphol.

Donderdag 21 februari

Het genootschap ‘Onze Taal’ geeft met regelmaat taaltips. Buurman H. vindt het leuk die op het bord te schrijven voor de liefhebbers. Die waren er deze keer niet veel. Wij lazen namelijk dat je in de ene winkel 10 shirts à  27,50 Euro kon kopen en in de andere winkel 10 shirts ad 27,50. Euro. Buurman H. vroeg naar het verschil. Nou, dat was duidelijk, dat is het verschil tussen à en ad. Wat dat betekent? We hebben geen idee, maar dat gebeurt wel vaker. Daar leer je mee te leven. Buurman H. beweert daarentegen dat het verschil 247,50 Euro is. En dat is toch wel een hoop geld.

Het verschil in leeftijd tussen de buren wordt steeds groter. Vandaag brak As. het record van jongste buur. Hij is 4 jaar en kwam met Oom Sam. naar Buurschool. Wat ze daar allemaal doen weet hij na de middag nog niet, maar hij heeft heerlijk zitten kleuren en gamen. Normaal gesproken mag hij dat laatste niet van zijn vader, maar dat is het voordeel van met je oom op stap zijn. Vooral wanneer die zelf wat anders te doen heeft.

Oom Sam. moest een oud Nederlands scheepsmodel benoemen: ’t Kofschip. Dat zou een handig hulpmiddel zijn om te weten wanneer je een werkwoord wil vervoegen. Voor een nieuwkomer is creativiteit een onmisbare eigenschap. Dan heb je een kans dat je begrijpt waarom Buurman H. een boom met een stam tekent. Maar dan. Dan, moet je aannemen dat de stammen van de werkwoorden die op een letter van ’t Kofschip eindigen, vervoegd moeten worden met een ‘t’. Buurman H. dacht het ons makkelijk te maken door te schrijven: “fietsen – ik fiets – ik fietste – ik heb gefietst” en “leren – ik leer – ik leerde – ik heb geleerd”. Maar toen gooide hij met het werkwoord ‘gooien’ onze glazen in. De ‘i’ bleek niet mee te tellen en van die ‘o’ hebben we nog geen stameinden gevonden. Wel van de ‘f’ en van de ‘s’ die in hun werkwoord van herkomst respectievelijk een ‘v’  (beven) of een ‘z’ (wijzen) waren. Deze letters blijken verstekelingen en mogen dus ook niet meevaren. Maar als dat zo is, kun je ’t Kofschip dan nog wel zeewaardig noemen? De buren keken elkaar aan en zagen het schip aan de einder verdwijnen.

 

 

Dinsdag 19 februari

Het overlijden van de vader van F. sloeg in als een bom. Zij werkt al drie jaar aan de hereniging van het gezin. Alles kwam rond, maar toen was het voor haar ouders en haar broertje te gevaarlijk om te reizen. Bij de grens werd op vluchtelingen geschoten. Ze moesten wachten. Te lang volgens de Nederlandse procedure en opnieuw moest F. aan het werk om gezinshereniging mogelijk te maken. Het moment van vertrek brak voor haar gezin wederom aan. Maar nu is vader overleden. Plotseling. En weer breekt, naast het verdriet, de onzekerheid aan.

Zondag kwamen de familie en bekenden bijeen bij de oudere broer van F. die ook in Nederland woont. Buurman H. en Buurvrouw W. wisten niet wat ze zagen. De kamer was vol mensen, en de keuken en de hal. “Hoi Buurman” klonk het vanaf boven aan de trap. Ook daar zaten vier jongens. Elke gast werd welkom geheten met een stuk brood, thee of koffie. Niet lang daarna kwamen de pannenkoek en de sauzen voorbij; een met kip en een met linzen. De maaltijd werd bekroond met fruit en frisdrank.

Op de bank, ergens tussen de mensen, zat F. Naast haar broer en tante. Zij at en dronk niet. Af en toe reageerde zij vaag op de vraag of zij nu wel wat wilde nuttigen of hoe het met haar ging. En dan keek zij weer afwezig met verdrietige ogen voor zich uit. Haar gedachten waren ver van hier.

Ons thema kon vanavond niet anders zijn dan de vergelijking tussen afscheid nemen in Eritrea en Nederland. Het verschil lijkt niet groter te kunnen zijn, alhoewel je niet echt kunt spreken van een Nederlandse standaard. In Eritrea loopt daarentegen het hele dorp uit wanneer een buur overlijdt. Men komt samen in een tent en praat en eet en bidt en huilt tot de (christelijk orthodoxe) dienst en de begrafenis de volgende dag. Dan eet en bidt en praat en huilt men weer tot de avond valt; de gemeenschap omringt de familie letterlijk en figuurlijk. Tot wel veertig dagen strekt de periode van gezamenlijke rouw zich uit, slechts afgewisseld door het werk dat geen uitstel veelt.

Stilte en rumoer wisselden elkaar af toen Buurman H. vertelde over zijn afscheid van de overleden mensen in zijn omgeving. Een kopje koffie en een plakje cake? Van 19.00 tot 20.30 uur condoleren? Niet langskomen als de familie je niet aanstaat? Twee dagen vrij als je vader overlijdt? Vaak geen kerkdienst? Zelf je uitvaart regelen? Cremeren! En waarom kost dat dan zoveel?  Nog even probeerde Buurman H. te zeggen dat hij niet de hele buurt over de vloer hoeft bij zijn overlijden. Hij vreest dat hij dan niet veel meer heeft in te brengen.

 

Donderdag 14 februari

Buurvrouw M. was bij het gezin van Zerem. thuis. Zijn moeder en vier broertjes zijn ook in Heiloo komen wonen. Zij zijn de hemel te rijk. Een woning voor henzelf na al die maanden in het AZC! Zij stonden te popelen om hun nieuwe leven te beginnen. Maar hoe doe je dat? “Naar Buurschool!”, zei Buurvrouw M. en diezelfde middag nog zaten ze verwachtingsvol aan hun tafeltje.

Juist vandaag was het druk in Buurschool. Buurvrouw E. ging in een ander lokaal zitten met F. en R. om het menselijk lichaam onder de knie te krijgen. Buurvrouw W. legde noodverbanden aan. E. had net gehoord dat haar stage niet doorging omdat de bazin haar te stil vond. K. leert dat assertiviteit een kostbare maar geen eenvoudige eigenschap is. En J., onze nieuwe buur uit Hongarije, heeft een prachtig Valentijnsgedicht gemaakt dat wel door Buurvrouw W. maar niet door het meisje van zijn dromen werd gewaardeerd.

Buurman H. stroopte de mouwen op en constateerde dat de kennis van de Nederlandse taal varieerde van groep 0 tot en met groep 5 van de basisschool. Zo ongeveer. Wat doe je dan? Eerst maar eens het alfabet in kleine letters op een rij zetten. En dan vertellen dat taal net een mozaïek is: allemaal losse gekleurde steentjes die apart niets voorstellen, totdat je er een figuurtje mee maakt. En hij tekende een mozaïek. Prachtig vonden ze die tekening. Maar wat zegt Buurman H. nou voor een raar woord? En wat heeft dat met die letters te maken?

Geen man overboord. We gaan memory spelen. Zelf gemaakt. Het ene spel koppelt de kleine letters aan de hoofdletters. Je krijgt een punt als je de juiste combinatie weet te vinden en ook nog goed kan uitspreken.  Tegen een a mag je dus geen A zeggen en andersom. Voordat de drie buurmoeders de regels doorhadden hadden de zonen de kaartjes in stapeltjes voor zich liggen. Buurman H. hoefde daarna geen moeite te doen om de moeders apart aan het werk te zetten met het spel waarmee je de kaartjes met de namen van de groenten moet koppelen aan hun afbeelding. Met de jongens ging hij kwartetten met letters en woorden. Mag ik van de ‘d’ de kaart met ‘doek’? Fit. bleek ook met dit spel watervlug te zijn. Totdat zijn broer Te. er achter kwam dat hij kaarten vroeg van kwartetten waarvan hij zelf geen exemplaar in de hand had.

Van het thema kwam het deze avond niet. De moeders en het nieuwe gezin waren niet te houden. De ene na de andere zin veranderde van de tegenwoordige in de verleden tijd.  En algemeen was de verbazing dat onderwerp en persoonsvorm (!) van plaats verwisselen als je er gisteren of vandaag voor zet. “Vandaag ik kom naar school” is dus niet goed. En dat wil wat zeggen als je dat al drie jaar zegt. De trouwe buren S., E. , F. en R. zei het genoeg. Vanavond was het de avond van de nieuwste nieuwkomers. Ook goed.

 

Dinsdag 12 februari

J. komt de ene keer wel naar Buurschool en de andere keer niet. Hij heeft niet altijd de tijd om te komen. Vandaag was hij er wel. Om naar de voeding van zijn laptop te zoeken. Hij had Zerez. als eens gevraagd om voor hem te kijken. Die vroeg aan Buurman H. of hij wat had gezien. Buurman H. dacht dat Zerez. de oplader van een mobiel bedoelde. Een kwestie van niet goed doorvragen dus. Tja, en als je een appel tussen de peren zoekt, terwijl er alleen peren zijn…..

De laptop van J. is heel belangrijk voor hem. Hij zoekt er van alles mee op. Vooral Nederlandse woorden. En hij doet er belangrijke dingen mee, zoals het beheer van zijn bankrekening en zijn huiswerk. Hij is de kabel al twee weken kwijt. Daarom belde hij Buurman H. op. Dan vraag je niet meteen naar het snoer. Dat is niet respectvol. “Hoe gaat het met u?” En dan praten ze wat over werk en Buurschool. “Wil jij ook nog wat vragen?”, vraagt Buurman H. dan. Ja, of hij….. en dan volgt een beschrijving van iets waaruit Buurman H. uiteindelijk opmaakt dat hij de oplader bedoelt waarover Zerez. het ook al had. Buurman H. haalt zijn tas met spullen van de Buurschool overhoop. “Een witte of een zwarte? “. Het hart van J. begint sneller te kloppen. Zou hij iets zien? “Zwart” zegt J. hoopvol. Buurman H. ziet een zwarte appel, een oplader, die hij niet meteen thuis kan brengen. “Ik neem ‘m mee naar Buurschool, dan kun je hem zien”.

Vandaag was J. er om te komen kijken. Hij zag meteen dat de oplader wel zwart was maar niet de voedingskabel die hij kwijt is. Appels zijn  namelijk geen peren. Maar wat zag hij daar? “Deze!” riep J. en hield triomfantelijk de voedingskabel omhoog waarop Buurman H. een sticker had geplakt met zijn eigen naam erop. “Die is van mij, zei Buurman H.”. “Nee!”, antwoordde J., want zulke voedingskabels zijn zeldzaam. Deze moest wel van hem zijn. Buurman H. wees op een van de laptops die hij bij zich had. J. zag meteen dat die laptop net zo’n rare aansluiting had als zijn eigen laptop. Zijn vreugde verdampte.

Buurman H. begon over het computerwinkeltje van Willem. J. weet welke winkel hij bedoelt als hij in zijn gedachten achter ’t Loo moet zoeken. “Vraag Willem of hij een snoertje voor je heeft. Zeg maar dat Buurman H. je heeft gestuurd, dan wil hij wel even kijken.” De ogen van J. zochten in een hoek van het lokaal houvast. Hoe moet hij Willem nu duidelijk maken dat Buurman H. denkt hij “vast nog wel” een peer voor hem heeft? Het hart zonk hem in de schoenen.

Donderdag 7 februari

Za. is 9 jaar, woont al vier maanden in Heiloo en gaat nog steeds niet naar school. Za. is nooit naar school geweest, dat mocht niet in haar thuisland. In Nederland is dat onvoorstelbaar. Hier moet ze naar school. Maar ze gaat niet. Terwijl Za. niets liever wil. En haar moeder en grote broer willen niets liever. “Hoe kan?”, roept Ka., de vriendin van broer Saf. vertwijfeld.  De verklaringen van de verantwoordelijke instantie variëren van “er is geen plaats” tot en met “even wachten, we werken eraan”. Buurman en Buurvrouw vonden het onvoorstelbaar en vooral heel slecht voor Za.  Eerst hebben ze  de instantie een deadline gesteld. Kans op revanche dus, maar niet gegrepen. Toen hebben ze samen met de familie zelf een (taalklas-)school gezocht en gevonden. “Als er mensen zoals u bij betrokken zijn, dan weten we dat het goed gaat.”, zei de Juf. B&B werden er tegelijkertijd een beetje blij en verdrietig van. Hoe dan ook, na de Voorjaarsvakantie kan Za. beginnen.

Tijdens de intake, gisteren,  wilde Za. onmiddellijk leren. Ze ging met de computer, een koptelefoon en een doos met houten letters aan de slag. Het praten liet ze aan de grote mensen over.  Zochten haar handen eerst nog met enige aarzeling de juiste letters, al snel leek het of ze aan een snel lopende band zat. Klaar! Kwam ze er toch maar even bij zitten, de groten waren nog niet uitgepraat. Van haar aardige nieuwe Juf kreeg ze een boekje mee. Kon ze thuis al een beetje Nederlandse taal oefenen. Haar nieuwe klas werkt er ook mee.

Za. kan niet wachten. Daarom kwam ze vandaag ze met haar grote broer naar Buurschool en werd daarmee onze jongste buur. Trots stapte ze met haar boekje binnen en liet een fraaie tekening van haarzelf zien. Buurman H. keek wat verder. Ze had de helft van de opdrachten al gemaakt. Foutloos. Hij ging wat oefeningen met haar doen en had al snel door dat ze dat heel gezellig vond maar niet noodzakelijk. Ze bleef de hele middag en at smakelijk mee. Hartige taart had ze nog nooit gegeten.  Het boekje was uit. Toen heeft ze grote broer maar even uitgelegd wat Memory voor spel is.  Of er morgen weer Buurschool was? Niet? Dan komt ze dinsdag. Gaat ze maandag schaatsen met Buurman T.. Ook leuk.

’s Avonds kwam Buurvrouw J. op bezoek en we vielen gezamenlijk met de neus in de boter. Enkelen van ons willen een stage op een basisschool gaan lopen en laat Buurvrouw J. nu Onderwijsassistente zijn!  We hebben haar gevraagd wat haar werk inhoudt, welke opleidingen ze heeft gedaan en welke vaardigheden en eigenschappen op zijn minst gewenst zijn. Stages zijn er om te leren. Vandaar dat we allen een persoonlijke leervraag hebben bedacht. De leervraag van R. maakte de meeste indruk op Buurman H. . Zij wil het Nederlandse en het Eritrese onderwijssysteem met elkaar vergelijken en vervolgens een plan bedenken om de ouders van de Eritrese leerlingen beter te betrekken bij de school.

 

Dinsdag 5 februari

Vraag je jezelf een goed half jaar geleden nog af waar Nederland ligt en of je er ooit zal komen en dan sta je op 5 februari in Buurschool mee te doen aan een spelletje Hints.

Inmiddels is Myr. heel wat wijzer. Het kan hier erg koud zijn en Buurman H. bepleit net het nut van een Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering. En wat zouden die Nederlanders het moeilijk vinden om Tigrinya te leren! Ze boffen maar dat dat niet hoeft. Myr. heeft geen keuze. Voor haar staat het als een paal boven water dat ze in no time Nederlands leert. Gaat ook zeker lukken, al is het wat verwarrend dat ze dat in Buurschool doet door middel van het spelletje Hints. Ze weten hier toch wel dat dat een leenwoord is voor ‘wenken geven’?

“Nou, dan kies je een categorie, en daar een begrip uit en dat probeer je dan duidelijk te maken aan je team zonder dat je het uitspreekt. Je mag wel hints geven. Met je vingers geef je in de lucht aan hoeveel woorden en op je bovenarm hoeveel lettergrepen. Nou en dan knik je non-verbaal met je hoofd naar links of rechts of je fronst, al even non-verbaal, je wenkbrauwen eens en dan moeten ze het binnen 60 seconden weten.” Dus. (Opdracht: hoeveel leenwoorden en welk pleonasme staan in deze alinea?)

Een eitje van een cent, toch? Waarom Buurman H. het nu over een “fluitje” heeft mag Joost weten. Helaas komt-ie weinig. Van die “ui” krijgt ze kramp in de kaken. En dat (of die?) “ei” waar hij het vervolgens over had, al even onbegrijpelijk, mogen ze van haar ook afschaffen. Daar krijg je als nieuwkomer een flinke contaminatie van. Of heet dat hier constipatie?