Maandelijks archief: december 2018

Donderdag 20 december

We hebben wethouder Beens verslag gedaan van onze bezigheden tot en met november 2018:

“Geachte mevrouw Beens,

Dankzij de subsidie van uw College, konden wij op 5 juni 2018 de deuren van onze Buurschool openen. Hierin komen wij als goede buren bijeen om contact te maken met elkaar in het kader van de Nederlandse taal en cultuur en om elkaar te ondersteunen. (zie bijlage 1).

Wij komen de dins- en donderdagen bijeen vanaf 16.00 tot en met 21.30 uur in ’t Trefpunt te Heiloo. Onze landen van herkomst zijn: Nederland, Afghanistan, Syrië en Eritrea; de meesten van ons komen uit Eritrea. Wij zijn in totaal met ongeveer 30 personen die bijna allemaal  in Heiloo wonen. Andere woonplaatsen zijn Alkmaar(1), Heerhugowaard (1) en Den Helder (1).

Onze Buurschool is geen standaard school. Er is geen vast programma. Wij bepalen zelf of en wanneer wij komen en wat wij doen (zie bijlage 2) in het kader van taal en cultuur. De ‘Buurmannen’ en ‘Buurvrouwen’ begeleiden de ‘buren’ op specifieke (rekenen, verkeer / autotechniek, taal) en algemene gebieden (huiswerk, praktische zaken). Waar mogelijk helpen we elkaar.  In bijlage 2 leest u ook dat onze contacten zich (in toenemende mate) uitbreiden tot buiten onze Buurschool.

In onze Buurschool:

  1. Krijgen en geven wij ondersteuning bij het maken van ons huiswerk.
  2. Leren wij de Nederlandse taal, cultuur en samenleving beter kennen en begrijpen.
  3. Gaan wij in een veilige en vertrouwelijke sfeer met elkaar dieper in op thema’s die ons dagelijks bezighouden.
  4. Krijgen wij zicht op de kwaliteiten die wij kunnen inbrengen in de Nederlandse samenleving.
  5. Ervaren wij dat onze eigen culturen toegevoegde waarde kunnen hebben voor de Nederlandse samenleving.
  6. Vinden wij gezelligheid en kunnen wij samenwerken.

Of wij komen hangt vooral af van de bezigheden die wij naast onze Buurschool hebben:  school/opleiding; werk; contacten met instanties; huishoudelijke taken; gezinshereniging; cultuur;  sociale contacten; sport, etc.. Vooral voor de alleengaanden onder ons is het passen en meten.

Bijlage 3 geeft een impressie van onze laatste bijeenkomst deze periode. Van elke bijeenkomst kunt u zo’n impressie lezen op de site www.dewerkkrachtcentrale.nl op de pagina ‘Buurschool’. Tot slot leest u in bijlage 4 over onze uitgaven tot en met november 2018. Ons schooljaar loopt tot en met mei 2019. Dan doen wij u eindverslag van onze activiteiten. Wij hopen u en een ieder van uw college die belangstelling heeft, te mogen verwelkomen voor een nadere kennismaking  tijdens een van onze bijeenkomsten.”

Mevrouw Beens reageerde meteen. Zij bezoekt ons dinsdag 22 januari vanaf 16.30 uur.

Dinsdag 18 december

Als je wenst, denk je na over de toekomst. We hebben woorden op het bord geschreven die met de toekomst te maken hebben zoals ‘zullen’, ‘hopen’, ‘later’ en ‘profeten’. Een nieuw woord voor ons is ‘voorspellen’.

Vandaag stelden wij ons de vraag wat wij onszelf toewensten voor 2019. We probeerden onze mooie wensen in zo mooi mogelijke zinnen te verwoorden. We vonden het goed dat ze op het bord werden geschreven. Toen gingen we raden wie wat had gewenst. Dat bleek niet zo moeilijk. We kennen elkaar inmiddels goed genoeg om te weten wie hoopte dat hij zijn ‘baba’ volgend jaar in de armen mag sluiten en wie haar opa’s en oma’s weer hoopt te zien. We weten zelfs wie met zichzelf heeft afgesproken volgend jaar harder te gaan leren! Maar de wens volgend jaar goed Nederlands te kunnen spreken was niet makkelijk aan een iemand toe te  schrijven. Die wens hebben we namelijk allemaal. We begonnen meteen de wensen in nog mooiere zinnen te verwoorden. Zo kwamen we tot de ontdekking dat het uitmaakt of je schrijft:  “Ik wens volgend jaar dat ik goed Nederlands spreek” of dat je schrijft: “Ik wens dat ik volgend jaar goed Nederlands spreek.” Het verschil is twee weken. Die hebben we vandaag verdiend!

Donderdag 15 december

Zo druk als het dinsdag was, zo rustig was het vandaag. En dat is ook goed. Zo konden Buurvrouw W. en Buurvrouw E. en Buurman H. alle aandacht geven aan S., F., A. en Z.. Als er niet zoveel buren zijn, is er tijd om eens wat door te praten. Bijvoorbeeld over de stage. Deze keer gaat de stage van F. drie weken duren.  Zij twijfelt of zij haar stage bij een zorginstelling of bij een school gaat lopen. Samen met Buurvrouw W. heeft F. plussen en minnen op een rijtje gezet. In de zorg is veel werk en is dat het werk wat F. ook wil? Trouwens, dat geldt ook voor het onderwijs. Wat houdt werken in de  zorg en het onderwijs eigenlijk in? Werd ze blij van haar snuffelstage de vorige keer? Zo ja, waar werd ze blij van? Vindt ze kinderen leuk? Waarom? Past ze wel eens op en wat doet ze dan met ze?  Hoe lang duren de studies? Betaald werken en leren tegelijk (verzorgster) of alleen leren (klassenassistent)? Als je bij het onderwijs gaat werken, kun je dan in de vakantie in de zorg gaan werken om daar ervaring op te doen als dat toch leuker lijkt? Kan dat andersom ook? F. heeft nog geen stage bij een school gelopen. Gelukkig kent Buurvrouw W. iemand die vroeger kleuters les heeft gegeven. En de zoon van Buurman M. is toch directeur van een basisschool?  Buurvrouw E. vraagt of dit loopbaanbegeleiding is. Nee, dit is Buurschool.

Na het eten hebben we de nieuwe woorden van de vorige keer herhaald. ‘Opgeven’ blijft toch een raar woord. Als je opgeeft, stop je ermee. Als je lid wordt van een club, dus als je begint, geef je je op. Dus: ‘Ik geef het op’ en ‘Ik geef me op’. ‘Het opgeven’ en ‘Zich opgeven’! Hoe heet zo’n werkwoord met ‘zich’ ervoor ook al weer? Oh ja, een wederkerend werkwoord…. Buurman H. zag de hoofden kraken en begon er maar niet over dat hij ook wel eens iemand bloed heeft zien opgeven…..

Buurvrouw W. deelde nieuwjaarskaarten uit. Het is altijd leuk er een te krijgen, vooral als ze persoonlijk zijn en gestuurd door mensen die je aardig vindt. Wij besloten zelf ook nieuwjaarskaarten te gaan schrijven. En we wilden ook nog even bedanken voor het schilderen van onze woonkamer. Twee vliegen in een klap. Dat kan met een paar woorden of met een paar zinnen. Voor S. en Z. is dat niet genoeg. S. hoopt dat we volgend jaar ook samen problemen gaan oplossen en Z. hoopt dat we weer vaak thee en koffie zullen drinken. Kijk, zo maak je je nieuwjaarswens heel persoonlijk!

We sloten de avond af met het woordendictee dat S. morgen op school krijgt. De ‘au’s’ en de ‘ou’s’ vlogen ons om de oren. Geen regels, gewoon uit je hoofd leren. Om half tien gaf Buurman H. het op.

 

 

Dinsdag 11 december

Ook de Buurschool is gevoelig voor records: gisteren waren er 21 buren, 1 meer dan het vorige record! En Buurman A. kwam ook nog langs om te vertellen dat hij zijn taxipas heeft behaald. Er gingen 7 collega’s op voor het examen; 3 van hen waren nieuwkomers en 4 laaglanders. In totaal zijn 3 kandidaten, waaronder hij, geslaagd. Wij hebben een diepe buiging gemaakt.

Nu de opleidingen steeds meer verschillen en moeilijker worden, schieten wij soms in kennis tekort. Buurvrouw E. riep benauwd uit dat haar de erfelijkheidsleer die F. voor de kiezen krijgt nooit is geleerd. Buurman H. hoopte redder in de nood te zijn, maar haakte onmiddellijk af toen hij over homozygoten en heterozygoten las. Die  waren er in zijn tijd nog niet, volgens hem. Vervolgens ging hij langs bij A. om te ontdekken dat de motoren van vandaag ook heel andere onderdelen hebben dan die van gisteren. Het bleef een moeilijke middag voor Buurman H., want de sfeer zat er ook al in.

’s Avonds vertelde Buurman M. over HeilooMusicMeeting. Het doel is mensen in Heiloo (en omstreken) elkaar te laten ontmoeten door middel van het spelen en beluisteren van muziek. In 2019 gaat de organisatie over de grenzen heen en kwam zo bij ons aan. En terecht; we gaan in onze Eritrese, Afghaanse en Syrische netwerken op zoek naar zangers, dansers en muzikanten. En als dat lukt wil Koor Swing van Buurvrouw W. ook al met ons het podium op. 2019 heeft nu al een vrolijke noot.

‘Podium’ was trouwens een van de nieuwe woorden die we tijdens het gesprek met Buurman M. leerden. Buurman H. schreef ze op het bord: ‘genre, enthousiast, duo, kwartet, muzikant, gospel’, enfin, noem maar op. Daarna omschreef hij de woorden en moesten wij de juiste woorden opschrijven. Moeilijk zat! Vooral voor S.. Hij kon er niet over uit dat ‘gospel’ hier een religieus lied is, terwijl hij er in Afghanistan altijd een schaap mee bedoelde….

Voor de liefhebbers beëindigden we de avond met het luisteren naar de voorlezing die werd gedaan uit de Uitkijkpost over de dames die laatst, onderweg, tijdens het sporten zijn aangevallen. Aan de hand van vragen werd ons begrip getoetst en geïnventariseerd hoe te handelen in dit soort gevallen. K. voorzag niet veel problemen. Zij houdt niet van sporten.

 

Dinsdag 4 december

Sinterklaas of geen Sinterklaas, huiswerk gaat voor. Het was gezellig druk vanmiddag. Het komt steeds vaker voor dat we elkaar kunnen helpen. Het is fijn als je geholpen wordt en het is fijn als je kan helpen. Vandaag hadden we de jongste buurjongen tot nu toe op bezoek. L. (4 jaar) kwam ook helpen. Met het eten van snoepjes en het spellen van zijn naam.

De hele middag hing er al een sfeer van spanning in de lucht. Wat zou de avond brengen? Wel, die bracht natuurlijk Sinterklaas. Voor deze gelegenheid had hij zijn baard in de watten gelegd en zijn mooiste pak aangetrokken dat hij ook draagt als hij naar de kerk gaat. De goedheiligman had twee zakken vol cadeaus bij zich. Tot het eind van het pakjesfeest hield hij de spanning er in, omdat de dobbelsteen bepaalde wie welk cadeau kreeg. Voor het eerst in ons leven proefden wij borstplaat en marsepein en als Sint de gezichten hier en daar zag kon het ook wel eens de laatste keer zijn. De weldoener raakt daar een beetje van in de war, want hij heeft heel wat scheppen suiker in de thee zien verdwijnen en dacht dus dat zijn snoepgoed zo zoet mogelijk moest zijn.

Volledig ingeburgerd hebben we de rest van de avond spelletjes gespeeld. Het meest populair waren Mikado en dammen. Dit laatste spel werd althans gespeeld op een dambord met damstenen. De spelregels die wij gebruikten waren voor Buurman H. (ooit kampioen van de straat waarin hij woonde) echter onbegrijpelijk. Hij ging dus Mikado’en. Maar ook daar had hij het moeilijk om zich staande te houden. J. wil namelijk timmerman worden en heeft oog voor het detail en F. had voordeel aan haar kunstnagels. Hoe dan ook, het was op zijn Hollands gezegd “beregezellig” (of is het “berengezellig?”).

Appelflap

opgedragen aan de schilder Erik Prins

Paulien Cornelisse schrijft vandaag in de Volkskrant dat zij van de “flap=beignetschool” is. Duidelijker: zij pleit ervoor de naam ‘beignet’, ook als deze rond is, af te schaffen. Een flap behoort ‘flap’ te heten. ‘Beignet’ vooronderstelt pretenties en rarigheden als komijn in de flap, terwijl de flap dat gewoon nooit zou doen.

Ik stel me voor, dat, wanneer men zich over 100 jaar afvraagt hoe wij in hemelsnaam zo ver konden gaan in onze veronachtzaming van de aarde en elkaar en wanneer men deze tekst van Paulien leest, men, na een moment van verbijstering, in haar tekst het antwoord vindt  op de vraag van daarnet.

Henk Pruiksma