Maandelijks archief: november 2018

Donderdag 29 november

Onze Buurschool lijkt wel een echte school; we hadden vandaag lesuitval. De deur ging pas om 19.00 uur open. De meesten namen een dagje vrij. F. en A. gingen er juist extra tegenaan. Buurman H. had een invullesje gemaakt van de reis die hij die dag met K. en Buurvrouw W. had gemaakt naar Ter Apel om de moeder van K. op te halen. Daarin kwam een zin voor waarin het de vraag was of de persoonsvorm nou een vervoeging moest zijn van het werkwoord ‘hebben’ of het werkwoord ‘zijn’.

We besloten hier het thema van de avond van te maken. Dat hebben we geweten. We zijn nu lang genoeg in Nederland om te weten dat je “Ik heb een fiets” zegt en niet “Ik ben een fiets”. (Terwijl het weer van creativiteit getuigt als je een fiets bent en de wereld door je koplamp bekijkt.) F. weet nu ook dat ze haar arm niet ‘was’ maar ‘had’ gebroken. Maar waarom? En waarom is het “toen haar arm gebroken was” en weer niet “toen haar arm gebroken had?”.En wat is nu het verschil tussen “Ik heb van Groningen naar Maastricht gelopen.” en “Ik ben van Groningen naar Maastricht gelopen.”? Buurman H. kwam uiteindelijk tot het inzicht dat je dan maar het beste kunt schrijven: “Ik ben/heb van Groningen naar Maastricht gelopen”.  Dan mag die Nederlander waar je tegen aanpraat uitmaken of het jou om de route of om de wijze van reizen gaat.

Gek worden we ervan, van dat Nederlands. We moeten overal regeltjes voor leren. Of iets een toestand is of juist in beweging. Nou het is een toestand. Buurman H. weet zelf niet altijd waarom hij ‘hebben’ of ‘zijn’gebruikt. Hij heeft het ‘gewoon’ zo geleerd. Zijn ‘gevoel’ zegt hem wat goed is. We zullen heel veel moeten lezen en praten voordat wij de taal (meer) gaan voelen. Helemaal begrijpen zullen we de taal nooit. Net zoals de Nederlanders dat nooit zullen doen.

Dinsdag 27 november

Buurman A. studeert voor een taxipas. Hij heeft een enorme ervaring als buschauffeur in het Midden-Oosten en hij verstaat en spreekt al goed Nederlands. Appeltje -eitje dus? Nou nee. De praktijk van de chauffeur in Nederland is een heel andere dan hij gewoon is. De meeste verschillen vindt hij prettig: betere wegen, minder willekeur, betere regelgeving. Aan de andere gewoonten moet hij even wennen. Een voorbeeld: in zijn theorieboek staat dat een opgestoken middelvinger hier “minder erg is”. In het Midden-Oosten komt dit neer op de vraag naar een kogel. En hier kun je grote problemen krijgen als je iemand wilt omkopen. In het Midden-Oosten kom je geen uur verder als je dat niet doet.

Buurman H. heeft ons vanavond het vuur aan de schenen gelegd met een invuloefening en (mondelinge) omschrijvingen waarbij wij het juiste woord moesten bedenken. De invuloefening ging over de afspraken die wij hebben gemaakt voor ons bezoek aan AZ tegen Willem II, aanstaande zaterdag. Goed voor ons geheugen en onze taalvaardigheid. De tweede oefening had als thema ‘zelfstandig wonen’. Een voorbeeld: “Je bent bij een vriend aan het stofzuigen en je stoot zijn televisie om. Je hebt niet goed opgelet. Welke verzekering moet je hebben om je vriend te kunnen betalen voor een nieuwe televisie?” Van het antwoord krijgen we kramp in onze mond: Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering. Ks. stelt WA-verzekering voor. Daar is iedereen het van harte mee eens.

 

Donderdag 22 november

Je bent nog maar ‘net’ in Nederland en de Buurschool schotelt je een dictee voor waarin “gouden” kruis’ staat. Waar om niet goude kruis? Je schrijft toch ook “Rode Kruis”? Dan krijg je te horen dat er niet alleen bijvoeglijke naamwoorden, maar ook stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden zijn. Dat zijn bijvoeglijke naamwoorden die van een ‘stof’, een materiaal dus, zijn gemaakt. Zoals van goud. Of van leer (leren bank). Of van ijzer (ijzeren staaf). En van plastic? Nee, dan weer niet (plastic tas). En zo zijn er meer (nylon en aluminium bijvoorbeeld), maar daarvan moet je dan weer weten dat het woorden zijn die we ‘geleend’ hebben uit het buitenland.

Erg ingewikkeld, dit Nederlands. Goed, er zit nog een zekere logica in. Maar waarom moet je nou (nau?) “gouden” schrijven en niet “gauden”? Je spreekt “ou” toch net zo uit als “au”? En dat is voor een nieuwkomer al moeilijk genoeg….. En hier is zelfs de logica ver te zoeken. Je moet al die ‘au-woorden’ ‘gewoon’ uit je hoofd leren.

Buurvrouw B. hielp een handje. Zij schreef op de Buurschool-app een toneeltekst van Jan Auto:: “Buiten is de lucht blauw. Op het gras ligt nog dauw./ “Ik ga weg”, zegt de pauw, “het hok is veel te nauw”./De poes zegt: “Miauw, doe niet zo flauw.”/ “Blijf hier, dan eten we gauw deze vis, want die lust ik rauw”./ De pauw wil de vis lauw. Dat vindt de poes flauw./ “Dan wil ik de vis met saus, net als de paus.”/de poes slaat met zijn klauw en de pauw zegt: “Au!” Zijn kop wordt grauw en hij geeft de poes een snauw./De poes fronst een wenkbrauw. De poes kijkt benauwd./ Dan besluiten ze toch de kabeljauw maar samen op te kauwen./ Het doek valt en het is pauze. Er klinkt een hard applaus.”

Buurvrouw W. schreef vervolgens: “Wat een leuke tekst van jou. Ik heb geen fout kunnen ontdekken. Vind jij het ook zo koud buiten? Doe maar een trui aan met lange mouwen. Ik hoop dat je vandaag veel binnen in een gebouw bent. Nou, ik hou nu op. Dit zijn toch teksten van goud waar je geen touw aan vast kunt knopen?”

En toch zullen we dit moeten doen.

Dinsdag 20 november

Het is wat rustiger de laatste Buurschooldagen. Dat heeft het voordeel dat de begeleidende buurmannen en -vrouwen alle aandacht kunnen geven bij het huiswerk. A. wil automonteur worden en kent de auto dankzij Buurman A. nu van binnen en buiten. Hij wil ook nog oefenen op de auto van Buurman H. . Sami. heeft het geluk dat Buurvrouw E. onvermoeibaar is in het overhoren van dictee’s en Samu. en Buurman J. hebben de grootste lol om de uitkomsten van hun rekensommen.  R. en Ks. kunnen het zelf wel af. Zij oefenen gesprekjes aan de balie. Ks. vindt het maar raar dat zij als receptioniste iemand bij de achternaam moet noemen als ze hem of haar verwelkomt. In Eritrea is de voornaam juist belangrijk.

De variatie van de hartige taarten van Buurvrouw is oneindig. Ze zijn allemaal even lekker en gaan schoon op wat best opmerkelijk is voor mensen met een heel andere eetcultuur. Buurman J. at ook mee. Hij ging namelijk deze avond vertellen over (de geschiedenis van Sinterklaas). Nou, zijn verhaal ging erin als speculaas. Hij vertelde dat de Germaanse god Wodan zijn naam aan onze woensdag heeft gegeven. Wat nog bijzonderder was: Wodan reed op een groot wit paard door de lucht, hij had een lange baard en in zijn hand een speer. Rond hem cirkelden zwarte raven die op aarde gingen luisteren of de mensen zich wel netjes gedroegen en hem daarover informeerden. Waar hebben we dat verhaal meer gehoord?

Sedert ongeveer 1850 denken we dat de Sint uit Spanje komt, maar hij komt eigenlijk uit Turkije, uit Mira. En sedert 1087 woont hij in Bari, want de Italianen hebben tijdens de kruistochten zijn overblijfselen geroofd. Volgens Buurman J. is dat heel slim geweest, want toen hij er was, in mei, was daar een speelgoedmarkt van 2 kilometer lang. Dat verdient lekker. Trouwens, wie wist dat onze goede Sint op 6 december is overleden? En wij vieren zijn verjaardag op 5 december?

Buurman J. vertelde nog veel meer. Zwarte Piet is er pas sinds de 19e eeuw en al enorm veranderd. Nu verandert hij het snelst. Er zijn al witte en regenboogpieten en hij stopt je niet meer in de zak met een adres in Madrid erop. Nu doet hij grappige dingen en brengt hij ook de kinderen die niet zo zoet zijn kado’tjes.

Zwarte Piet is al lang niet meer (een beetje) dom. Hij maakt samen met de Sint mooie gedichten. Buurman H. werd met een prachtig gedicht en een net zo mooie surprise verrast. We besloten dinsdag 4 december een pakjesavond te houden. Als het kan met surprise en rijm.

Maar, alle gekheid op een stokje:/Wat een goed werk in dat Trefpunthokje!/Samen bezig met verkeer, rekenen of taal/’t Is een grote vreugde voor allemaal!

 

 

Dinsdag 13 november

Buurvrouw E. had een gezellig clubje buren om zich heen en rondom het onderwerp voortplanting. Dit onderwerp blijkt internationaal sterke overeenkomsten te hebben. Alleen de manier waarop de Nederlandse schoolboeken het behandelen wijkt af. Grote hilariteit daarom en oordopjes voor Buurman J. (rekenen), Buurman A. (auto en verkeer), Buurman H. (taal) en Buurvrouw W. (catering) en hun buren.

Met het thema van de avond, “Brand!”, hopen we in de praktijk nooit van doen te hebben. Maar je weet maar nooit. Dat wisten Buurman H. en Buurvrouw W. tot voor kort ook niet, maar nu konden ze op You Tube laten zien dat 1 waxinelichtje dit onderwerp actueel kan maken. We hebben geleerd wat je moet doen “als het vuur groter dan een voetbal wordt”. Nee, niet met een emmer water gaan sjouwen en ook de ramen niet open zetten omdat de rook zo stinkt. Zorg dat jij en de anderen veilig zijn en bel onmiddellijk 1-1-2. Wat er dan gebeurt hebben we gezien met behulp van filmpjes en informatie van de brandweer. Veel indruk maakte het verdriet van de brandweerman die vond dat hij zijn eigen gezin tekort had gedaan na een traumatische ervaring bij een brand. Wij hadden hem kunnen vertellen dat het heel belangrijk is daarover in gesprek te gaan en niet je mond te houden.  We weten nu ook wat een opstal- en een inboedelverzekering is en waarom die nuttig zijn. Ze zijn goede voorbeelden van de manier waarop de dingen in Nederland zijn georganiseerd: door premie of belasting te betalen kun je, als het nodig is, grote uitgaven doen die in je eentje nooit kan betalen. Om het gezellig te houden hebben we twee keer een quiz gehouden.

Donderdag 8 november

Dictee leren en boekverslagen, oefentoetsen en woordzoekers maken. We waren met niet zoveel deze keer, dus we konden elkaar veel aandacht geven.  Omdat we geen tijd hadden voor een thema, zo’n uur of vijf! En dat na schooltijd….. Buurvrouw E. beklaagde zich over de moeilijkheid van de Nederlandse taal die zij al meer dan 60 jaar spreekt.  Gelukkig maakt Buurvrouw W. zulke lekkere hartige taarten, dat het werk een half uurtje kon worden neergelegd.

Er is inmiddels een kookgroepje ontstaan dat buiten onze Buurschool bijeenkomt. Eerst stonden brownies op het menu, de volgende keer zijn de recepten van Buurvrouw W. de leidraad. Over clubjes gesproken, de schaatsgroep van Buurman T. is woensdag voor het eerst het ijs op gegaan. Hij is trots op zijn drie pupillen en hoopt dat hun snelle vorderingen andere belangstellenden zullen trekken. De bezoekjes aan culturele voorstellingen zijn ook in trek. Onze aanwezigheid bij de voorstelling van het koor Swing in de Cultuurkoepel maakte het publiek een stuk kleurrijker. En AZ mag zich evenzeer in onze belangstelling verheugen. Zaterdag 1 december gaan we vijftien man en een vrouw sterk naar de wedstrijd tegen Willem II.

Leuk en leerzaam gaan zo goed samen. Niet dat wij ons vervelen in onze Buurschool. Momenteel komen er veel gezinsleden bij. Dus moet van alles worden geregeld. K. kocht een ticket voor haar moeder. F. en R. keken aandachtig toe, want zij hopen binnenkort ook hun geliefden te kunnen omhelzen. (Buurvrouw W. heeft een handleiding voor de reis gemaakt. Handig voor mensen die een vliegtuig alleen kennen van condensstrepen in de lucht.) Sam. gaat binnenkort met zijn moeder het huisje bekijken dat zij toegewezen hebben gekregen. Z. is erg trots op het mooie huis waar zijn moeder en broers over een paar maanden in gaan wonen. En Saf. ‘facetimede’ met ons over het woongeluk dat zijn moeder, hem en zijn zusje vandaag ten deel was gevallen.  Gelukkig doen wij snel ervaring op zodat we elkaar goed kunnen helpen bij het vele werk. De bouwmarkten kunnen de rode loper voor ons uitleggen. En onze Buurschool kan die loper dan weer goed gebruiken voor de nieuwkomers.

dinsdag 6 november

Het leven van een nieuwkomer bestaat voor een groot deel uit het invullen van formulieren. En uit het ontvangen van ingewikkelde brieven. S. raakte zijn rugtas kwijt. Natuurlijk, met veel belangrijke spulletjes van school. Samen met Buurman H. las hij de brief die hij van NS ontving nadat hij (zelfstandig!) aangifte had verdaan van de vermissing. Hij blijft optimistisch; zo krijgt hij de Nederlandse taal nog sneller onder de knie.

Z. kreeg een brief van dezelfde NS. Zijn boete voor het reizen zonder voldoende saldo werd verhoogd met 12,50 Euro administratiekosten. Hij begreep er niets van en was erg geschrokken. Men had hem toch gezegd dat de boete zou worden kwijtgescholden omdat men begreep dat hij de fout niet expres had gemaakt? Maar weer bellen naar NS, samen met Buurman H. De meneer aan de telefoon legde uit dat het een ‘standaard brief’ was die sneller is dan de brief waarin staat dat hij niet hoeft te betalen. Buurman H. legde de meneer maar weer eens uit dat zo’n systeem (en zeker niet in deze formele taal) niet uit te leggen valt en veel stress veroorzaakt.

Kunt u het zich voorstellen dat uw buren graag een dictee willen maken? Nou die van ons wel. We hebben er een spel van gemaakt. De groep werd verdeeld in tweetallen. De een moest de woorden achter op het bord lezen en aan de ander dicteren en die ander moest proberen de deze woorden foutloos op te schrijven. Dat valt niet mee: goed lezen, onthouden, duidelijk uitspreken, nauwkeurig luisteren en schrijven. En die woorden waren bijna allemaal nieuw! ‘Vermenigvuldigen’ gaf de meeste problemen. Het werd makkelijker toen wij leerden de woorden in lettergrepen te verdelen.

Het tweede spel hield in dat we een omschrijving van de woorden op het bord hoorden en moesten raden welk woorden omschreven werden. Weet u welk woord wordt bedoeld met: “in Nederland noemen ze hem wel je beste vriend?”. Nou, onze buren uit Eritrea vielen weer van hun stoel.

Tot slot hebben we het lied van Ramses Shaffy beluisterd en de tekst ervan bestudeerd waarin hij ons adviseert te zingen, vechten, huilen,  bidden, lachen, werken en te bewonderen, Sommigen hadden het koor van Buurvrouw W. in de Cultuurkoepel horen zingen en wilden het beter begrijpen. Wij vinden het een mooi lied, vooral omdat het niet zonder ons wordt gezongen.

Donderdag 1 november

Buurman T. heeft met de schaatsliefhebbers afspraken gemaakt voor de schaatslessen op de ijsbaan. Volgende week woensdag begint de eerste praktijkles om 15.00 uur. Handschoenen meenemen. Dat is natuurlijk om de handen warm te houden. Nadat Buurman T. uitlegde dat schaatsijzers erg scherp kunnen zijn, weten we nog een reden.

Altijd “schatje” tegen je hartendief zeggen wordt een keer saai. Nederlanders zijn heel romantisch! We bedachten wel 25 synoniemen voor onze honneponnen en oogappeltjes. Met “scheetje” en “poepie” krijgt die romantiek zelfs een vreemde geur. Natuurlijk zegt  Buurvrouw W. dat nooit tegen haar allerliefste; ze kon de verbazing dan ook niet van onze gezichten toveren. Je moet wel erg van je snoepje houden om dit soort intimiteiten uit te wisselen. In Eritrea zijn de geliefden veel minder creatief in het aanspreken van elkaar. Van “Mijn winst” werd Buurman H. niet warm en Buurvrouw T. krijgt geen vlinders in haar buik als zij “T. dochter van …… “wordt genoemd. Toch is het S. die een mooie, nieuwe koosnaam bedacht: “”Mijn Hartsleutel”.

We hielden de stemming er ook ’s avonds in met liedjes van De Dijk en Cornelis Vreeswijk. Die worden ook gebruikt voor examens op A1 niveau. De vragen waren niet zo moeilijk, maar door de harde muziek (dat kan echt niet…) en de korte zinnen (“kale muren” en “veel behang”) van De Dijk is het nog niet zo makkelijk de tekst te begrijpen.